Stoomverdeling: verschil tussen versies
k |
k |
||
| Regel 14: | Regel 14: | ||
**[[Verstelweg en excentriciteit]]<br/> | **[[Verstelweg en excentriciteit]]<br/> | ||
**[[Stand van het binnenexcentriek t.o.v. de kruk]] | **[[Stand van het binnenexcentriek t.o.v. de kruk]] | ||
**[[excentriek| | **[[excentriek|Excentrieken]]<br/> | ||
**[[Werking van de overtoerenbeveiliging]]<br/> | **[[Werking van de overtoerenbeveiliging]]<br/> | ||
**[[Berekening van de overtoerenbeveiliging]]<br/> | **[[Berekening van de overtoerenbeveiliging]]<br/> | ||
Huidige versie van 21 jul 2025 om 20:39
Algemeen
Voor een goede werking van de stoommachine is het noodzakelijk dat de toevoer van verse stoom en de afvoer van afgewerkte stoom aan de voor- en achterzijde van de stoomcilinder bij de juiste zuigerstanden plaatsvinden. Omdat de zuiger en de kruk met elkaar verbonden zijn, zal iedere zuigerstand corresponderen met een bepaalde krukstand. Het toevoeren van verse stoom en het afvoeren van afgewerkte stoom, beurtelings aan de voor- en achterzijde van de stoomcilinder bij de juiste krukstanden, noemt men de stoomverdeling.
Absolute 0-vulling en 00-vulling
De cilindervulling is gedefinieerd als de weg die de zuiger aflegt vanuit het dode punt tot het moment waarop de desbetreffende inlaatklep sluit. Bij 0-vulling (0% vulling) kan de cilinder nog iets stoom krijgen door de voorinlaat. Bij absolute 0-vulling (00-vulling) blijft de inlaatklep gesloten en krijgt de cilinder geen stoom.