Overtoerenbeveiliging
Algemeen
Een regulateur is bedoeld om een machine constant en gelijkmatig op een vooraf ingesteld toerental te houden. Er zijn vele varianten bedacht, maar de meeste regulateurs werken op basis van gewichten die door de middelpuntvliedende kracht in of uitgedreven worden. Er zijn nogal wat soorten regulateurs uitgevonden, de regulateur van onze machine bestaat uit een schijf met gewichten, gemonteerd op de krukas. Deze gewichten kunnen afhankelijk van het toerental in of uit bewegen. De regulateur bestaat verder uit een tweetal in elkaar verdraaiende excentrieken, het ene wordt ingesteld door de regulateur aan de hand van het toerental, de ander door de verstelinrichting. De excentrieken samen bepalen de uitslag van de stang naar de nokken en regelen daarmee de lichthoogte en openingstijd van de kleppen.
Werking van een excentriek
De werking van een excentriek wordt gebruikt om een draaiende beweging om te zetten in een heen- en weer gaande beweging. In ons geval is de draaiing de krukas en de heen- en weer gaande beweging het stangenstelsel dat de kleppen bediend.
In dit voorbeeld worden twee excentrieken over elkaar gelegd, het eerste, vaste excentriek is gemonteerd op de krukas. Door de dunne kant van het vaste excentriek (binnenexcentriek) naast de dikke kant van het verstelbare excentriek te draaien ontstaat de uitslag zoals achter de aanwijzer te zien is. Deze uitslag is gering.
Als de dunne kant van het vaste excentriek tegen de dunne kant van het verstelbaar wordt geplaatst is de uitslag groot.
De regulateur van onze machines werkt door het verstelbare excentriek te verdraaien. Daardoor is de uitslag van de twee excentrieken samen in te stellen.
Naast de regulateur wordt het principe van een excentriek ook gebruikt in de voedingspompen op de machines.
Onderdelen
De regulateur bestaat uit diverse onderdelen, te beginnen vanaf de krukas. In de as is aan beide zijden een gleuf gefreesd waarin een lange spie gemonteerd is.
Over deze spie kan de schuifbus verschoven worden. Dit gebeurt door het handwiel uit de verstelinrichting.
Met de verstelinrichting kan de vulling van de stoomcilinder tijdens bedrijf met de hand geregeld worden. Met het vergroten van de vulling nemen het vermogen van de machine toe. Als neveneffect kan ook het toerental daardoor wijzigen.
Het regelen van de vulling is zuiniger dan het afknijpen van de stoomtoevoer. Wanneer stoom door een vernauwing stroomt, bijvoorbeeld van een geknepen afsluiter, dan zullen de druk en temperatuur van de stoom na de vernauwing lager zijn. Smoren geeft verlies aan druk en temperatuur.
Aan het eind van de schuifbus bevinden zich twee nokken die kunnen schuiven in de hals van de reguateurschijf.
Het aantal omwentelingen van de pomp neemt daarmee ook toe waardoor de opbrengst en het krachtverbruik stijgen. Als het krachtverbruik van de pomp gelijk is geworden aan het effectief vermogen (vermogen aan de as) dat de stoommachine op dat moment levert is het aantal omwentelingen weer constant, er is evenwicht bij een hoger aantal omwentelingen. Wanneer bij het maximum aantal omwentelingen het evenwicht nog niet hersteld is grijpt de regulateur in en regelt de vulling terug tot er evenwicht is. Bij het verkleinen van de vulling vindt het omgekeerde plaats.
Uit het voorgaande blijkt dat de regulateur alleen nodig is als aantal omwentelingen te hoog wordt en de regulateur is dus meer een soort van overtoerenbeveiliging dan een echte regulateur.
Onze regulateur bestaat uit de regulateurschijf (1), twee gewichten (2) met veren (3) en koppelstangen (7). De gewichten zijn met de tappen (13) aan de regulateurschijf bevestigd. Om deze tappen bewegen de gewichten. De koppelstangbout (5) van het gewicht is door middel van de koppelstang verbonden met de koppelstangbout (6) van het verstelbaar excentriek. De veren zijn met het ene eind aan de regulateurschijf bevestigd en met het andere eind aan een gewicht. De slag van de gewichten wordt begrensd door stootblokjes van leer. Dit type regulateur wordt as- of schijfregulateur genoemd. De naam schijfregulateur komt voort uit het feit dat de verstelbeweging plaats vindt in vlakken die loodrecht op de as staan (normaalvlakken).