Joan Derk van der Capellen: verschil tussen versies
| Regel 50: | Regel 50: | ||
1784 - Overlijden van Joan Derk, op 6 juni te Zwolle, tijdens het inpakken voor de verhuizing naar Appeltern, | 1784 - Overlijden van Joan Derk, op 6 juni te Zwolle, tijdens het inpakken voor de verhuizing naar Appeltern, | ||
1788 - Opblazen van het familiegraf te Gorssel door de Orangisten. (het stoffelijk overschot van Joan Derk is tijdig herbegraven op | 1788 - Opblazen van het familiegraf te Gorssel door de Orangisten. (het stoffelijk overschot van Joan Derk is tijdig herbegraven op een andere plek omdat de plannen voor het opblazen van het familiegraf waren uitgelekt) | ||
Versie van 18 aug 2017 16:24
Algemeen
Joan Derk van der Capellen was een van de voormannen van de Nederlandse Patriotten, een beweging die in het vierde kwart van de 18e eeuw streed voor het afzetten van de Oranjes als stadhouder en invoering van de democratie in Nederland. Joan Derk van der Capellen was de auteur van de ‘Oproep aan het volk van Nederland, Het democratisch Manifest’ dat hij in 1781 in het Huis te Appeltern gelegen naast De Tuut. Deze oproep was de aanzet voor de Bataafsche revolutie die leidde tot het invoeren van de democratie in Nederland en het in 1798 opstellen en aannemen van de eerste grondwet van Nederland, de ‘Staatsregeling voor het Bataafsche volk’
Levensloop
Joan Derk van der Capellen is jong gestorven. Nog net geen 43 jaar oud, is hij in 1784 te Zwolle overleden. De laatste jaren van zijn leven, na het overlijden van zijn vader in 1780, heeft hij op het landgoed Appeltern gewoond. Daar heeft hij de oproep aan het volk van Nederland, het Democratisch manifest, geschreven. Hij is in 1741 geboren, in het huis van zijn grootvader van moederszijde Derk Reinier van Bassenn te Tiel, niet ver van Appeltern. Zijn grootvader was burgemeester van Arnhem, maar is afgezet en uit de stad verbannen vanwege zijn progressieve ideeën. Wellicht ligt daar, bij zijn grootvader, de bron van Joan Derks latere belangstelling voor politiek in het algemeen en voor het democratisch gedachtegoed in het bijzonder.
Met zijn vader, Frederik Jacob Derk van der Capellen, heer van Appeltern, Altforst, Boelenham en Hagen, lid van de ridderschap van Maas en Waal, ambtsjonker en Heemraad van Maas en Waal en ook nog militair in de rang van majoor van de infanterie, heeft hij het altijd slecht kunnen vinden. Zijn vader was weinig thuis. Hij woonde meestentijds bij zijn compagnie. Zijn moeder, Anna Elisabeth van Bassenn, draaide dan ook grotendeels op voor zijn opvoeding.
Joan Derk is in 1766 getrouwd met Hildegonda Anna Bentinck tot Wittenstein. In 1767 is zijn enige dochter, Anna Elisabeth (Betje) geboren. Na haar huwelijk met Rudolph Christiaan des H.R. rijksgraaf van Rechteren, heer van Westerveld, Gerenstein en Tull en ’t Waal, werd Betje de Gravin van Rechteren. Naar haar is de weg langs het landgoed Appeltern vernoemd. Betje ligt als enige Van der Capellen begraven te Appeltern, op het kerkhof bij de protestantse kerk.
zijn tweede kind, een zoon, is kort na de geboorte overleden. Joan Derk heeft niet veel over zijn huiselijk leven geschreven en nooit over de dood van zijn zoon. Wel is bekend dat hij veel verdriet heeft gekend en zijn leven lang getobd heeft met zijn gezondheid. In sommige publicaties wordt Joan Derk afgeschilderd als een hypochonder, maar als je op zo jonge leeftijd overlijdt, dan was de ziekte kennelijk toch niet helemaal ingebeeld.
Het grootste deel van zijn leven heeft Joan Derk doorgebracht in Overijssel, waar hij de havezaten (landgoederen) Bredenhorst en later Op de Pol bezat. Op deze havezaten heeft hij nooit gewoond. Hij woonde het grootste deel van zijn leven in de stad Zwolle waar hij een huis aan de Bloemendalstraat bezat. Dat huis bestaat nog steeds. Op de voorgevel is een bronzen plaquette aangebracht met een tekst waarin Amerikanen hun dankbaarheid betuigen voor de bijdrage en steun van Joan Derk aan de Amerikaanse revolutie. Na de lessen gevolgd te hebben op de Latijnse school in ’s-Hertogenbosch, is Joan Derk op 17 jarige leeftijd rechten gaan studeren aan de Universiteit van Utrecht. Hij heeft daar nooit officieel ingeschreven gestaan en is ook niet afgestudeerd. Wel heeft hij daar veel kennis opgedaan over politiek, bestuur en wetgeving en heeft hij onder meer Frans, Engels en Latijn geleerd. In zijn studietijd is hij gestart met het opbouwen van een netwerk van mensen met wie hij zijn hele leven gecorrespondeerd heeft. Hij was zich al vroeg bewust van het belang van dat wat hij schreef, want hij vroeg zijn correspondentievrienden, in Nederland, Engeland, Frankrijk en Amerika, al zijn brieven te bewaren. Bekend is dat hij met name de werken van een aantal Engelse filosofen kende en zelfs vertaald heeft. De Amerikaanse revolutie fascineerde hem, en met Amerikaanse denkers en politici heeft hij veel contact gehad.
Na zijn studie in Utrecht heeft hij een tijd gezworven en gelogeerd bij diverse ooms en tantes en neven in Overijssel. Hij werd wel de ‘wandelende jonker’ genoemd. Ook na zijn huwelijk in 1776 woont hij in bij familie in Overijssel. Hij wil worden toegelaten tot de Ridderschap van Overijssel, om een zetel te kunnen innemen in Provinciale Staten. Een zetel in de Staten zou hem een platform geven voor het uitdragen van zijn politieke ideeën. Na de aankoop van een havezate, de enige manier om te worden toegelaten tot de ridderschap, wordt Joan Derk in 1772 toegelaten. Daarmee krijgt hij, zijn vurig begeerde zetel in de Staten. Hij neemt daardoor deel aan de macht en kan in de Staten zijn politieke programma naar voren brengen en bepleiten. Als Statenlid start Joan Derk een uitgebreide correspondentie met andere Nederlandse patriotten (republikeinen zouden we nu zeggen).
Het optreden van Joan Derk in de Staten van Overijssel was opzienbarend. Vooral zijn stellingname in de buitenlandse politiek was explosief. Zijn pleidooi vóór de Amerikaanse vrijheidsstrijders en hun bondgenoten de Fransen en tegen de Engelsen, bracht hem op ramkoers met het staatshoofd, Stadhouder Willem V, die de tegenovergestelde mening was toegedaan. De aanpak van Joan Derk was weliswaar niet erg tactisch, maar getuigde wel van grote persoonlijke moed, en van een radicaal andere blik op de wereld dan die van Willem V. In tegenstelling tot de stadhouder was Joan Derk vóór volkssoevereiniteit en democratie en tegen de feodale heerschappij van de Oranjes.
Een belangrijk punt in zijn politieke programma was de afschaffing van de vernederende drostediensten. Een uit de middeleeuwen stammende verplichting die voorschreef dat bewoners van het platteland twee maal per jaar onbetaald voor de heer moesten werken. In 1778, zes jaar na zijn toelating tot de Staten van Overijssel, leidde zijn onophoudelijke ageren tegen de drostediensten er toe dat hij als Statenlid werd geschorst. Hem werd verweten dat hij zich schuldig gemaakt zou hebben aan ‘taxatoire en ongemesureerde expressiën, en het drukken en divulgeren van deszelve’ (het doen van belastende en ongematigde uitlatingen en het drukken en verspreiden ervan). Desondanks hebben de acties van Joan Derk succes. In 1783 worden de gehate drostediensten afgeschaft. Door zijn strijd en publieke stellingname is Joan Derk een nationale figuur geworden en een van de voormannen van de patriotten.
Een Amerikaanse revolutionair, John Quicy Adams, de latere president was enige tijd ambassadeur in Nederland. Vanuit die tijd kende Joan Derk hem en onderhield hij een regelmatige correspondentie met hem en andere Amerikaanse revolutionairen. Hij ondersteunde de Amerikaanse opstand met raad en daad. Zo zamelde hij geld in en verzorgde hij de aankoop en verscheping van wapens naar Amerika.
In 1780 overlijdt zijn vader en erft Joan Derk De Heerlijkheid Appeltern met het landhuis. Hij neemt daar zijn intrek om orde op zaken te stellen. Het landhuis en de daarbij behorende landerijen zijn namelijk sterk verwaarloosd. Het is zijn bedoeling daar na het herstel van het huis met zijn gezin te gaan wonen. Hij heeft het gevoel daar te moeten zijn omdat het leven er voor de inwoners heel zwaar is. In 1781, kort nadat hij er was ingetrokken, was heel Maas en Waal namelijk overstroomd, ook zijn landerijen. In de winter van 1784, kort voordat hij zijn gezin laat overkomen loopt heel Maas en Waal wederom onder water. De noden van de mensen die daar het gevolg van zijn hebben hem in zijn hart geraakt. Misschien is dat medeleven een deel van de motivatie die hem gebracht heeft tot het schrijven van het Democratisch Manifest en zijn inzet voor de politiek.
Chronologie
1741 - 2 november geboren te Tiel
1752 - Latijnsche school Den Bosch
1758 – 1763 - Studeren te Utrecht
1763 – 1766 –‘Wandelende jonker’
1766 – trouwt met Hildegonda Anna Bentinck tot Wittenstein, inwonend bij zijn schoonmoeder
1767 – Geboorte van dochter Anna Elisabeth (Betje)
1769 – Geboorte en overlijden van zoon Willem Hendrik
1770 - Koopt huis te Zwolle, Bloemendalstraat
1772 - Admissie in de Staten van Overijssel
1778 - Schorsing als Statenlid wegens ‘ongemesureerde expressiën en het doen drukken en divulgeren van deze’
1780 - Erft het landgoed Appeltern na het overlijden van zijn vader
1781 - Verspreiding van het Democratisch Manifest (Een oproep aan het volk van Nederland) op 26 september.
1784 - Overlijden van Joan Derk, op 6 juni te Zwolle, tijdens het inpakken voor de verhuizing naar Appeltern,
1788 - Opblazen van het familiegraf te Gorssel door de Orangisten. (het stoffelijk overschot van Joan Derk is tijdig herbegraven op een andere plek omdat de plannen voor het opblazen van het familiegraf waren uitgelekt)